Darmen

De darmen behoren tot het spijsverteringsstelsel of gastro-intestinaal systeem.

Bij de mens en de meeste (zoog)dieren bestaat het spijsverteringsstelsel uit de volgende opeenvolgende delen:

  • A slokdarm of oesofagus
  • B maag
  • C dunne darm
    • C1 twaalfvingerie darm of duodenum
    • C2 nuchtere darm of jejunum
    • C3 kronkeldarm of ileum
  • D dikke darm
    • D1 blinde darm of caecum met het wormvormige aanhangsel of appendix;
    • D2 karteldam of colon
      • colon ascendens of opstijgend deel van de karteldarm;
      • colon transversum of dwarslopend deel van de karteldarm;
      • colon descendens of dalend deel van de karteldarm;
      • colon sigmoideum of S-vormig deel van de karteldarm;
  • E endeldarn of rectum met de anus

Het duodenum, de nuchtere darm en kronkeldarm vormen samen de dunne darm die bij de mens zes tot zeven meter lang kan zijn. Aansluitend hierop begint de dikke darm. Deze begint met de blindedarm en eindigt bij de endeldarm. De blindedarm is een kort 'doodlopend' stuk dat eindigt met een wormvormig aanhangsel, ook wel appendix genoemd. Appendicitis is een ontsteking van dit aanhangsel. Foutief spreken mensen vaak van blindedarmontsteking.

De functie van de darm is het verteren en opnemen van voedingsstoffen. Eerst gebeurt er een verteringsproces dat reeds in de mond begint.
Lichaamssappen vanuit verschillende organen komen terecht in de darm om het verteringsproces op gang te brengen. De verteerde voedingsstoffen kunnen vervolgens door de darmwand heen in het bloed worden opgenomen.

De lever scheidt stoffen uit via de gal in de darm. Deze afvalstoffen verlaten met de ontlasting het lichaam.

De darm heeft een peristaltiek. Dit is een knijpende voortbeweging die ervoor zorgt dat het voedsel vooruitkomt in de darm. Indien deze peristaltiek te hevig is, kan dat resulteren in diarree.

In de darmholte leven veel bacteriën (darmflora) die meehelpen met de voedselvertering door stoffen af te breken tot makkelijk op te nemen voedingsstoffen. Hierbij is voornamelijk de productie van vitamine K door deze bacteriën belangrijk. Bij pasgeboren baby's ontbreken deze bacteriën nog, waardoor ze door een tekort aan vitamine K bloedingsstoornissen kunnen krijgen. Elke pasgeborene krijgt daarom 1 milligram vitamine K. Zonder deze darmflora kan een mens niet overleven. Antibiotica bestrijden bacteriën en zijn daarom ook schadelijk voor de darmflora.

Bij andere diersoorten is de totale lengte van het darmkanaal afhankelijk van het dieet. Carnivoren of vleeseters hebben een kortere darm nodig om hun vlees te verteren, terwijl herbivoren of planteneters een langere darm nodig hebben, omdat de vertering van planten trager verloopt (de darm van een schaap is bijvoorbeeld ongeveer 28 meter).

De mens is een omnivoor (alleseter) en heeft een darm die in lengte tussen die van een carnivoor en een herbivoor ligt.

Toepassingen

Darmen kunnen worden gebruikt om worsten te maken. Verder kunnen darmen worden gebruikt als snaren op luiten en in tennisrackets. In het verleden zijn (schapen)darmen ook gebruikt om condooms mee te maken.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:



Gezond eten voor je darm
en

door: Sophie Braimbridge & Jankovich, E.